Fiets
Als je in Amsterdam woont, moet je niet zeuren als je fiets wordt gejat, vinden de meeste mensen. Het hoort er gewoon bij. Daarom moet je maar genoegen nemen met een oud barrel die al zwaar genoeg trapt zonder het twintig kilo wegende slot dat je ook nog moet meezeulen. Dan is het ook niet zo erg als-ie weg is.
Ik heb inderdaad jaren op een oude fiets gereden die niet vooruit de branden was. Ik kwam overal hijgend en uitgeput aan en probeerde het fietsen zoveel mogelijk te vermijden. Bovendien was er altijd wat met het kreng. De achterband was chronisch zacht, maar niet lek, dan weer waren de versnellingen kapot en dan weer deden de remmen het niet. Ik werd er niet goed van.
Toen
Daglicht net uit kwam, was ik te gast in het radioprogramma
Kunststof. Omdat het mooi weer was, besloot ik tegen beter weten in om naar de studio te fietsen. Na tien minuten was er al weer wat: de ketting brak af. Daar stond ik dan, voor de zoveelste keer. In een opwelling heb ik het ding tegen een boom aan gesmeten en ben doorgelopen naar de eerste de beste fietsenwinkel. Daar heb ik – met dank aan de royalties voor
Daglicht – een mooie nieuwe Union gekocht met drie versnellingen. Het was een heerlijke fiets en snel bovendien. Nu was het eindelijk mijn vriend die hijgend achter mij aanfietste in plaats van andersom. Genieten!
Iedereen verklaarde me voor gek om een NIEUWE fiets te nemen. Het was de goden verzoeken, vonden ze. Ik heb uitgelegd dat als je dagelijks vele kilometers aflegt, het toch echt niet raar is om een goede fiets te kopen. En dat dieven er maar gewoon met hun tien talenten van af moesten blijven. Ik geef toe dat ik ergens de naïeve gedachte had dat mijn fiets een soort magische onschendbaarheid had. Juist omdat hij zo mooi was.
Nu, negen maanden later, hebben ze dan toch gelijk gekregen: hij is gejat. En dat terwijl ik er net een heel leuk blauw-wit geblokt mandje op had gemonteerd. Ik ben boos. En verdrietig. 'Koop je nu dan eindelijk gewoon een oude?' vroeg mijn vriend.
Nee, dus. Ik heb weer een nieuwe. Met een nog dikker slot én een verzekering dit keer. Mij krijgen ze er niet onder.
Weblog dag 7
In mijn vorige weblog vertelde ik over mijn panische angst voor verkrachters en moordenaars. Ik kan inmiddels berichten dat ik van die angst af ben. Bij mij in de straat woont namelijk een heldervoelende bij wie ik af en toe op consult ga. Dan legt ze Tarotkaarten, vertelt ze dat iedereen van mij houdt, ik een goede moeder ben en dat ik nog succesvoller word. Uiteraard betaal ik haar hiervoor.
Vorige week was ik weer bij haar. ‘Heb je nog vragen?’ vroeg ze na het gebruikelijke rondje kids, liefde, succes. ‘Nou...,’ zei ik en vertelde haar over mijn angst.
Ze sloot haar ogen en maakte contact met de andere dimensie af en toe ‘mmm’ prevelend. Daarna pakte ze mijn hand en stelde enkele vragen terwijl ze de spanning tussen mijn vingers mat. (voor de liefhebbers:NEI)
Wat bleek, in een van mijn vorige levens ben ik een Indianenmeisje geweest (vandaar mijn voorliefde voor bruine suède). De traditie van mijn stam wilde dat ik enkele nachten alleen doorbracht in een wigwam alvorens uitgehuwelijkt te worden. Tijdens een van die nachten ben ik verkracht en vermoord door een lid van een vijandelijke stam.
Voilà. Daar had je het. Logisch dat ik geen oog dicht deed.
Natuurlijk werd het de hoogste tijd om de getraumatiseerde Pocahontas in mij los te laten door middel van een visualisatie. Weer moest ik mijn ogen sluiten en nam mijn heldervoelende me mee naar het kampvuur voor de wigwam waar alles was gebeurd. Daar vertelden we het Indianenmeisje dat ze alles los kon laten en mocht gaan. Toen ik mijn alter ego zo door de lucht zag zweven op weg naar het hiernamaals, moest ik opeens heel erg huilen. Nu moet ik weleens vaker heel erg huilen, gewoon omdat ik zo mijn labiele momenten heb, maar op dat moment voelde het allemaal heel echt.
Een paar nachten erna sliep ik weer eens moederziel alleen. En wat denk je? Als een roos. Zonder Temazepam of zelfs maar Valdispert Nacht. Toen ik de volgende ochtend verkwikt wakker werd heb ik een overwinningsdans om de totempaal gedaan.
Weblog dag 6
Als journalisten aan mij vragen waarom ik thrillerschrijfster ben geworden, mompel ik meestal iets vaags over angst en de interessante duistere kant van de mens. Maar de waarheid is dat ik een enorme bangerd ben. Niet voor slangen en spinnen, nee voor enge mannen die ’s nachts mijn huis binnendringen. Als mijn vriend er is, heb ik nergens last van. En als mijn kinderen er zijn, vreemd genoeg ook niet. Maar als ik helemaal alleen ben doe ik werkelijk geen oog dicht, omdat ik ervan overtuigd ben dat er ieder moment een moordenaar/verkrachter kan binnenkomen ondanks het feit dat ik alle deuren heb gebarricadeerd.
Gisteravond had ik ook weer iets leuks. Ik was met een vriendin uitgeweest en kwam omstreeks twaalven thuis. Terwijl ik de voordeur opendoe, meen ik een deur boven in mijn appartement dicht te horen slaan. Verlamd ben ik. Versteend. De enge man heeft niet afgewacht tot ik slaap. Hij is er al. Ik ren meteen het huis weer uit en sta trillend op straat. Wat nu? Gelukkig arriveert dan mijn buurman. Hij is zo vriendelijk om met me mee naar boven te lopen en samen met mij onder alle bedden te kijken en achter alle deuren. Ik schaam me dood, maar ben toch ook opgelucht. Even later lig ik in bed en hoor ik weer een vreemd geluid. Ik probeer eerst te mediteren en vertel mezelf honderd keer dat er niets aan de hand is. Het helpt niet. Dan maar temazepam.
In juli '08 stond deze weblog op
www.vrouw.telegraaf.nl
Weblog dag 5
Dankzij
The Secret, het boek van Rhonda Byrne dat rijkdom en geluk belooft, zit ik nu al drie uur in de wachtkamer van de RDW in Lelystad. Dat zit zo. Ik had een auto nodig, maar ik had geen geld. Volgens Rhonda moest ik het universum bedanken voor een nieuwe auto en zou er binnen afzienbare tijd één naar me toekomen. Omdat er na een week nog steeds niets gebeurd was, ik niet het geduldige type ben en bovendien een dochter heb die drie keer per week naar kunstschaatsen moet, heb ik maar een hele, hele oude Golf gekocht waarvan het bestuurdersportier niet meer opengaat.
Twee dagen na de aanschaf belde een Amerikaanse vriendin die net naar Washington was verhuisd. ‘Wil jij onze auto hebben?’ Ze moest het een paar keer herhalen voor het doordrong. Het was echt.
The Secret werkte! Ze hadden hun blauwe Subaru stationwagon uit 2002 getracht mee te nemen, maar de auto was afgekeurd. De keuze was óf de auto verbouwen naar Amerikaanse maatstaven óf laten vernietigen. Ze kozen ervoor de auto dan maar aan mij te doneren.
Daarna begon de ellende. Wat bleek: de auto moest opnieuw geïmporteerd worden, aangepast worden aan Nederlandse maatstaven, getest worden in Lelystad en ik moet BPM betalen. De totale kosten die ik aan de auto heb zijn over de 4000 euro. Ik heb een lening moeten afsluiten. Waar is het mis gegaan, Rhonda? In ieder geval sta ik straks niet meer voor lul omdat ik gewoon aan de goede kant kan instappen. Universum, bedankt.
In juli '08 stond deze weblog op
www.vrouw.telegraaf.nl
Weblog dag 4
Omdat het bloedheet is in de stad, ga ik twee dagen naar Bergen aan Zee met de kids. Ik twijfel nog even of ik mijn computer mee zal nemen. Maar omdat ik het de laatste tijd al zo verschrikkelijk druk heb gehad, besluit ik om het niet te doen. Als ik dat ding bij me heb, ga ik waarschijnlijk toch zitten werken. Twee dagen zonder moet kunnen prent ik mezelf in. Ik lig koud een uur op het strand of de telefoon gaat. Er komt een tweede druk van
Daglicht! Ik ben heel blij, maar toch is het eerste dat door me heenschiet: shit, ik heb mijn computer niet bij me. Want op de nieuwe versie worden quotes geplaatst van de media en die moet ik wel even kunnen zien. Het gevolg is dat ik bijna twee uur lang aan de telefoon zit om alles door te nemen.
De volgende dag begint goed. Om 2 uur ’s middags, ik begin eindelijk bruin te worden, krijg ik een telefoontje dat ik een nieuwe aflevering van mijn weblog had moeten inleveren. Ook dat gaat nu niet lukken. Vervolgens is door het buitensporige bellen de batterij van mijn telefoon leeg en heb ik geen oplader bij me.
Als ik thuiskom, staan er 32 nieuwe berichten in mijn Inbox die ik moet beantwoorden, twee interviews die ik via email moet doen en ja, deze weblog. Arrrrggggh! Volgende week ga ik weer een paar dagen naar zee. Met laptop én telefoonoplader.
In juli '08 stond deze weblog op
www.vrouw.telegraaf.nl
Weblog dag 3
Mensen denken altijd dat ik kinderboekenschrijfster ben. Waarschijnlijk omdat ik zelf kinderen heb en mijn stem een beetje op die van Calimero lijkt. Als ze dan horen dat ik volwassenboeken schrijf en thrillers nog wel, wil iedereen vervolgens weten in hoeverre mijn werk autobiografisch is.
Nu moet ik er niet aan denken om een autobiografie te schrijven. Neem nou vandaag. Ik ben chagrijnig en heel moe. Mijn nek doet pijn en ik wil eigenlijk naar de sportschool, maar ik ga de hele tijd maar niet omdat ik teksten moet schrijven voor een ICT-bedrijf en meditatie CD’s op de iPod van mijn vriend die morgen op vakantie gaat moet zetten. Ondertussen is de werkster het huis met veel lawaai aan het schoonmaken en zit de dwergpapagaai van mijn zoon naar mijn vingers op het toetsenbord te pikken. Stel je voor dat ik dan ook nog eens over mezelf moet gaan schrijven?
Geloof me dat ik heel blij ben dat ik zo nu en dan kan vluchten naar het hoofd van iemand anders. Niet dat hun leven zoveel leuker is dan de mijne. Integendeel, in mijn boeken heeft iedereen een traumatische jeugd en met een beetje pech worden ze nog vermoord ook. Hoe verschrikkelijker hun leven is, hoe fijner ik het vind om over ze te schrijven. Zodat ik daarna mijn computer dicht kan doen en kan denken: ‘Zo. Het is allemaal zo erg nog niet.’
In juli '08 stond deze weblog op
www.vrouw.telegraaf.nl
Weblog dag 2
Van mijn zevende tot mijn zeventiende woonde ik in Putten en Leeuwarden. Zodra ik zelf mijn woonplaats mocht bepalen, nam ik me voor om nooit meer in een beklemmende plaats te wonen. Ik koos Utrecht en vervolgens koos ik voor Amsterdam.
Toen ik kinderen kreeg maakte ik de fout om in Gorinchem te gaan wonen. Dit had met lage woningprijzen te maken, maar ook met de aanwezigheid van betrouwbare oppassen in de vorm van mijn toenmalige schoonfamilie. Laat ik dit over die periode vertellen: een doorzonwoning heeft een prettige lichtinval, maar ook buren die er dwars doorheen kijken. Deze zelfde buren vonden mij maar vreemd. Waarom werkte ik als moeder? Waarom kon ik niet naaien? En waarom deed ik mijn boodschappen niet bij de Lidl? Vooral dat laatste was een heikel punt. Als er weer eens een fantastische non-foodaanbieding was, kon ik me dagenlang niet op straat vertonen. Want waarom had ik die boormachine van slechts 24 euro niet aangeschaft?
Ik vluchtte naar het buitenland voor enkele jaren, en sinds een kleine drie jaar woon ik in Oud-Zuid. Ik heb buren met wie ik wel eens een wijntje drink, maar die nooit met rode pen omcirkelde aanbiedingspagina’s door mijn brievenbus gooien. Ze voeren mijn goudvissen tijdens de vakantie en willen zelfs wel eens de kinderen een uurtje onder hun hoede nemen als ik –werkende moeder- het even niet red.
Het enige wat ik bijna zou missen is vreemd genoeg de Lidl. Gelukkig wordt mijn behoefte aan voordelige food én non-food artikelen ruimschoots gestild door de Albert Cuypmarkt. Ik heb er laatst zelfs een fiets voor mijn zoon gekocht. Voor maar 89 euro. Ik heb meteen mijn oude buurvrouw uit Gorinchem gebeld om het haar te vertellen. Ik moet eerlijk bekennen dat het me moeite kostte om de triomf in mijn stem te onderdrukken. Het was even stil aan de andere kant van de lijn. Toen zei ze: ‘Het is geloof ik toch wel een leuke stad, dat Amsterdam.’
In juli '08 stond deze weblog op
www.vrouw.telegraaf.nl
Weblog dag 1
Daglicht ligt nu één dag in de winkel en ik verkeer in een verhoogde staat van opwinding. Het is allemaal behoorlijk overweldigend: de recensies, de interviews, radio-optredens en een niet-aflatende stroom telefoontjes en sms’jes. En vanavond de boekpresentatie. Maar het spannendste vind ik nog wel de kans dat ik vanaf nu ‘lezers in het wild’ kan aantreffen.
Bij mijn vorige boek,
Drift, is het me nooit gelukt. Ik hoopte altijd dat ik een
Drift-lezer in de trein, wachtkamer of op het strand zou aantreffen. Maar helaas, altijd waren lezers verdiept in de
Eetclub of
Komt een vrouw bij de dokter.
Vandaar dat ik mijn obsessie om een heuse Marion Pauw-lezer te spotten nu de vrije teugel laat in de boekhandel. Ik posteer me quasi-nonchalant bij de tafel met nieuwe binnenkomers met een bij voorkeur dik boek in mijn handen, terwijl ik over de rand om me heen spied.
Ik voel me net een vieze man. Een perverseling die zich aftrekt voor de etalage van een schoenenzaak of die door een sleutelgat naar jonge meisjes gluurt.
En dan is er soms een magisch moment. Een argeloze vrouw of man die mijn boek oppakt en erdoorheen bladert. In gedachten zend ik de boodschap ‘Koop het! Koop het!’ uit. Maar tot nu toe werden mijn boeken altijd weer neergelegd. Hoe kan het, heb ik weleens gedacht, dat er 25.000
Drifts zijn verkocht, maar dat ik het nog nooit heb zien gebeuren?
Vandaag was het raak. Een uiteraard zeer aardig en intelligent uitziende jonge vrouw met goeie laarzen aan pakte
Daglicht op en liep ermee naar de kassa. Ik moest enkele malen met mijn ogen knipperen om me ervan te overtuigen dat ik het goed gezien had. Al die uren die ik vruchteloos in boekhandels had rondgehangen wierpen eindelijk hun vruchten af. Het was echt waar. De verkoper deed het boek in een zakje en wenste mijn lezer veel leesplezier toe.
Het moment was weer voorbij. Wat moest ik doen? Op een andere koper wachten? De vrouw achterna rennen en haar aanbieden om het boek te signeren?
Het kwam me opeens nogal pathetisch voor. Ik besloot om naar huis te gaan en aan een nieuw boek te beginnen.
In juli '08 stond deze weblog op
www.vrouw.telegraaf.nl
Recept voor Madeleines
Ingrediënten
150 gram fijne kristal suiker
10 gram vanillesuiker
175 gram zachte boter
5 eieren
200 gram bloem
10 gram bakpoeder
paar druppels citroensap
Materialen
bakvorm voor madeleines
keukenmixer
Bereiden
Roer de kristalsuiker en boter toe een romig geheel. Klop de eieren er een voor een door. Spatel de gezeefde bloem, bakpoeder en citroensap erdoor tot een luchtig beslag. Laat dit een half uur rusten. verwarm de oven voor op 200 graden. Vet de bakvorm in met boter en bestuif met bloem. Vul de vormpjes voor 2/3 met beslag en bak in de oven in ongeveer 10 minuten lichtbruin en gaar.
Fotomodel
Op mijn zestiende droomde ik ervan om fotomodel te worden. Heel oppervlakkig, ik weet het, maar na drie jaar gepest te zijn vanwege een bril wilde ik niets liever dan móói zijn. Vriendin M. wilde het ook. We maakten reportages van elkaar in het Putterbos met onze goedkope kleinbeeldcameraatjes en snapten er niets van dat
Elite ons niet eens terugschreef. ‘Wat denk je… ben ik fotogeniek?’ vroegen we elkaar, want we hadden in de glossies gelezen dat het dáár om draaide. Ik belandde zelfs ooit nog in de fotostudio van een meneer die mij dolgraag als zijn muze wilde. Voor een softpornocatalogus. Gelukkig had ik de tegenwoordigheid van geest om zijn genereuze aanbod af te slaan –‘een goede werksfeer is heel belangrijk en je moet natuurlijk niet moeilijk doen als ik je iets vraag’. Andere pogingen om model te worden ketsten af op mijn onzekere Texels-lam-smile en het onvermogen om mijn ogen open te houden in flitslicht.
Vriendin M. is overigens wél fotomodel geworden en verdient bakken met geld.
Cheers, mate!
Next best thing is natuurlijk schrijfster worden. Dat ben ik inmiddels officieel, maar wie had kunnen vermoeden dat je ook dáár foto’s voor nodig hebt? Via via had ik de Arubaanse Mario Testino weten te strikken voor het maken van een portret voor de achterflap van mijn nieuwe boek. Ik investeerde enkele uren in het uitscheuren van voorbeeldplaatjes uit tijdschriften en oefende intrigerende poses in de spiegel op aanraden van vriendin M. De ‘shooting’ zou ’s ochtends plaatsvinden in mijn huis. Alles was geregeld: visagie, haar, catering en een oppas zou de kinderen meenemen naar het strand. ‘Laat je niets aanpraten,’ had vriendin M. me door de telefoon geïnstrueerd. ‘Jij bent de baas. Als je iets niet mooi vindt, zeg het dan meteen. En voor de rest moet je je gewoon ontspannen.’ Om acht uur arriveerde een jongen met puntige glimschoenen en lang haar. Hij noemde me meteen ‘darling’, wat heel professioneel overkwam voor een visagist, en ging aan de slag. Anderhalf uur later mocht ik mezelf bekijken. De Make-up Artist stond stralend achter me en duwde me bijna met mijn neus tegen de spiegel. ‘
It’s beautiful!’ riep hij. Ik keek recht in het verbijsterde gezicht van een Las Vegas Showgirl. Dit leek in de verste verte niet op de Estee Lauder-advertenties die ik hem had laten zien. Ik dacht nog aan de woorden van vriendin M., maar de Arubaanse
rip-off van Leco was zijn koffertje al aan het inpakken. ‘
What about my hair’, piepte ik nog. ‘
Sorry, I ran out of time,’ zei hij en nam de vijfenzeventig Arubaanse guldens geroutineerd in ontvangst. In paniek belde ik vriendin J. die een kwartier later met piepende remmen én haarföhn op de stoep stond. Het eerste wat we deden was een laag paarse oogschaduw verwijderen en net toen mijn haar enigszins fatsoenlijke vormen begon aan te nemen, belde de oppas af én stond fotograaf Paul voor de deur. ‘Ontspánnen!’ brulde de stem van M. in mijn hoofd.
Nu moet ik nog vertellen dat we hier op Aruba geen riool hebben, maar sceptic tanks. Deze tanks worden eens per maand leeggepompt en die van mij was al een paar dagen over tijd, om het zo maar te zeggen. We waren koud tien minuten aan het fotograferen in mijn idyllische achtertuin, toen ik het geluid van een hele grote tankwagen in de straat hoorde. Total Sceptic Services had uitgerekend deze dag en uitgerekend dit moment gekozen om mijn sceptic tank te legen. De tankwagen werd half in mijn tuin geparkeerd en een lange slang werd uitgerold. Hortend en stotend kwam de oude dieselpomp op gang. ‘Blijf gewoon zitten,’ zei Paul. ‘We gaan door.’ Terwijl ik bevelen schreeuwde naar de kinderen die uiteraard meteen aan het muiten sloegen, en de ondraaglijke geur van al onze kleine en grote boodschappen van de afgelopen maand niet te negeren was, brulde Paul af en toe over de herrie van de tankwagen heen: ‘Eén, twee, drie!’ Bij drie moest ik naar de camera kijken. Of het nou aan deze erbarmelijke omstandigheden te danken is of niet, nog nooit zijn mijn foto’s zo goed gelukt. Voor het eerst in mijn leven is er geen greintje onzekerheid in mijn gezicht te zien. Mijn ogen zijn open, het Texels lam is een luxe lammycoat geworden en ik heb mijn kleren gewoon nog aan. Lieve M., wat denk je… ben ik nu dan eindelijk fotogeniek?